allerzielen

Deze ochtend voer ik de paarden, de geitjes en de schapen, als het begint te regenen. Terwijl de zon schijnt. Regenboog? Ja! Aan het begin van de paardenwei is hij goed te zien, met een vaag begin in het noorden en een stevige 'poot' in het westen. Herfst hoort bij het westen van het medicijnwiel: tijd van oogsten, herdenken, vieren, dromen, laten gaan of meenemen. En vandaag is het Allerzielen. De sluier tussen de werelden van de levenden en de doden is in deze periode op z'n dunst, zeggen 'ze'. Wereldwijd worden degenen aan de andere kant van de sluier herdacht. Ik begin gevallen bladeren te verzamelen van de plataan waar ik onder sta. Mooie, grote bladeren, en wat kleinere. Groen, geel, bruin verkleurd, of alle drie. Elk blad heeft wel een rafeltje, gat of donkere plek. Geen enkel blad is gladgestreken, gaaf, en toch is het perfect zoals het is. Binnen maak ik plek op de eettafel, en ik leg de bladeren in een kring. Ze staan voor mijn voorouders, voor alle dierbare overledenen, degenen die ik ken en die ik niet ken, maar die er wel zijn. Iedereen hoort erbij. In de kring komt voedsel: tamme kastanjes, rozijnen, wat hennepzaad ('Geef je ons nou vogelvoer?' hoor ik mijn familie sputteren – moet je weer uitleggen dat dat superfood is en hartstikke gezond.) Een kommetje sap erbij, en kaarsjes. Ondertussen trekken allerlei personen aan mijn geestesoog voorbij. Ik hef het glas en toost op iedereen in de kring. Dat het jullie mag smaken, Alle Zielen.  

Reactie schrijven

Commentaren: 0