Door wiens ogen kijk je?

“Wat een heerlijke plek heb je hier.” “Ik kom helemaal tot rust.” “Wat woon je hier mooi.”

 

Dat is meestal wat mensen zeggen als ze bij mij en de paarden komen voor een sessie. Natuur om je heen, fluitende vogels, de rust, de paarden – dit doet vaak meteen al goed.

 

Laatst kwam er een mevrouw die het héél anders ervoer. Ze had een sessie paardencoaching cadeau gekregen van iemand die haar zo'n ervaring gunde, omdat ze het zelf zo fijn had gevonden. Maar deze mevrouw zou vanuit zichzelf never nooit zijn gekomen. “Ik kan me indenken dat anderen zich hier op hun gemak voelen,” zei ze, “maar voor mij... nee, vreselijk.”

 

Zij zag geen mooie natuur, zij zag de brandnetels die her en der volop de ruimte hadden genomen. Ze vond het niet “een beetje Pippi Langkous”, zoals iemand laatst opmerkte, ze vond de ratjetoe aan meubels / kussens / vuurschalen onder de overkapping naast de paardenstal gewoon rotzooi. Niet dat ze dat zo hardop benoemde, maar ineens snapte ik het, toen ik even 'door haar ogen keek': ze zag alles wat nog zou moeten gebeuren om hier een nette, strakke, opgeruimde, in haar ogen presentabele plek van te maken. En dat was véél.

 

Ik begreep haar, toen ze haar verhaal vertelde. Al jong had ze veel verantwoordelijkheid op haar schouders gekregen, ze kreeg de rol van 'man in huis' toebedeeld en moest hard werken. En zo was ze dat blijven doen: doorgaan, doorbuffelen voor twee, de boel aan kant krijgen en daarna kon je dan misschien wel even uitrusten. Dat schoonmaken en de boel in orde maken gaf haar ook voldoening. Daar kon ze dan tevreden naar kijken: zo, alles weer netjes. Eigenlijk was ze wel moe, ja, en ze zou wel wat vaker weg willen om te ontspannen – maar dan was er meestal weer iemand die haar nodig had en bleef ze toch maar.

 

Ik weet niet of ze iets heeft gehad aan de sessie. We hebben het over ontspanning gehad, erkend dat het best veel was wat ze droeg, over keuzes maken. Ik heb gezien dat de paarden iets in haar hebben geraakt, iets hebben losgemaakt. Maar wat ze ermee kan of wil doen is aan haar. Met de patronen die je hebt kun je vaak best oud worden, en veranderen doe je doorgaans alleen als je daar zelf echt de noodzaak toe voelt.

 

Naderhand bleef haar verhaal nog een poosje bij me. Dat heb ik nu eenmaal, als gevoeligerd, ik pak veel op en dat mag dan langzaam weer wegebben. Het ontroert me ook altijd, de verhalen van mensen, over hoe hun leven is verlopen, hoe ze de dingen doen zoals ze doen. Hoe we allemaal onze eigen manieren hebben ontwikkeld om het leven te handelen.

 

En ik nam nog iets waar bij mezelf. Iets geks. Ik merkte dat ik ineens onze woonplek door háár ogen bekeek. Een keurende blik, afkeurend zelfs. Ik liep rond en zag alles wat niet af was. Wat slordig was. Waar aan moest worden gewerkt. En ja, dat is dus veel. Met veel natuur om je heen, dieren om te verzorgen, een kleuter, een huishouden, een bedrijf én een verbouwing hoef je je zeg maar nooit te vervelen.

 

Ineens merkte ik op dat er planten in de dakgoot groeiden. Was me nog niet opgevallen. Oké, dat ging wel wat ver. Je hebt dat hippe duurzame concept van het 'groene dak', maar dit was toch niet helemaal wat ze daarmee bedoelden. Die planten moesten er dus uit, besloot ik, de dakgoot moest schoon.

 

Toen ik op de ladder stond en naar de weelderig bloeiende gootflora keek, dacht ik: ja, en nu? Hoe ga ik dit doen? Vanuit wat voor energie?

 

Ga ik dit vanuit stress doen, vanuit jachtigheid, vanuit de druk om alles presentabel te maken voor de buitenwereld?

Of doe ik dit vanuit liefde, vanuit het plezier om deze plek te onderhouden en steeds een beetje fijner en meer naar onze zin te maken?

 

Ga ik als een strakke speer door die dakgoot heen, in m'n hoofd al bezig met wat hierná moet gebeuren? Of ben ik aanwezig bij wat ik doe en zie ik dat die bloempjes ook best mooi zijn?

 

Vanuit wie kijk ik hiernaar? Vanuit de vermeende blik van een ander, of kijk ik door mijn eigen ogen naar mijn eigen leven en bepaal ik zelf wat acceptabel is, wat ik wil en hoe ik me wil voelen?

 

Ik koos voor het laatste. Want ik ken 'm zelf ook heel goed, die gestreste modus, het 'het is nooit af en er moet méér gebeuren'. En ik word daar niet gelukkiger van. Daarom heb ik een poos geleden besloten – en ik heb het opgeschreven, zodat ik ernaar kan teruggrijpen als ik het even dreig te vergeten – dat mijn doel is om van het leven te genieten, en het geluk van binnenuit te voelen. Dan maak je een dakgoot dus met plezier schoon.

 

En jij? Door wiens ogen kijk jij naar je leven?

 

Kies je voor stress of voor liefde?