Van waarde

Hoe was jouw zomer? Heb je kunnen bijtanken, vakantie vieren en/of uitpuffen? Figuurlijk, maar vast ook letterlijk, dat laatste, want wat was het soms heet. En droog. 

Toen ik met vriend en kind een weekje doorbracht in een vakantiepark, en 'de mannen' naar het zwembad waren getogen, nam ik een moment om in mijn dagboek te schrijven. Even tot mezelf komen en stilstaan bij wat ook alweer echt belangrijk is voor mij. Daar is vakantie ook voor: even resetten, weer tot je kern komen. Ik was heel druk in m'n hoofd, merkte ik, en het schrijven hielp me om rust en overzicht te vinden. 

Ons huisje lag tussen de bomen, vanuit het raam had ik zicht op vogels en eekhoorns die druk in de weer waren met (veel te vroege) hazelnoten. Een van de diepe borden uit de keukeninventaris van het huisje had ik tot dierendrinkbak-annex-zwembad gebombardeerd, en daar werd gretig gebruik van gemaakt. Ik mijmerde erover hoe fijn het was dat de dieren er waren, en hoe belangrijk de bomen zijn. Alleen al voor schaduw. En de luchtkwaliteit. Schuilplaats voor de dieren. Rust bieden aan mensen. Natuurlijke airconditioning: één grote boom zou net zo veel verkoeling geven als tien airco's. Ik besefte weer eens hoe belangrijk de natuur is voor ons. Hoezeer we haar nodig hebben. En dat aandacht hebben voor de natuur, ermee in contact zijn, ervan leren, een van mijn waarden is. Hier wilde ik weer meer bewuste aandacht aan besteden.

Oké. Ik had 'mijn waarde bepaald'. En hoe dan verder? Wat kon ik doen om hiernaar te leven?

Het gevaar is dat je, vooral als je gevoelig besnaard bent, veel wilt doen en het al snel te groot maakt voor jezelf. Waardoor het alleen bij mooie plannen maken blijft. Ik kan de natuur niet in m'n eentje redden, besefte ik, en dat hoeft ook niet. Ik kan wel een steentje bijdragen. Ik bedacht een paar kleine, haalbare acties. Zoals: als verjaardagscadeau aan mezelf een lindeboom planten in de paardenwei. En in elk geval eens per week mijn jongetje met de fiets naar school brengen, in plaats van met de auto. 

Ik hoop dat jij een waardevolle zomer had. En dat je ook geïnspireerd de herfst in stapt!

 

Hoe luister je naar je hart?

Het klinkt zo mooi: naar je hart luisteren. Maar hoe doe je dat eigenlijk in de praktijk? Om je hart aan het woord te laten, zijn drie dingen nodig.

 

1. Vertragen

Als je aan het hollen bent (al is het alleen maar in je hoofd), kun je niet naar je hart luisteren. Je hart vraagt van je om langzamer te gaan. Pas als je je pas vertraagt en rust neemt, kun je stilstaan - letterlijk en figuurlijk - bij wat er in je omgaat. Ga langzamer. Wandel eens heel aandachtig. Ga even zitten of liggen op een plek die je uitnodigt.

 

2. Verstillen

Je hart heeft doorgaans geen megafoon tot z'n beschikking. Om zijn boodschap te kunnen horen, is het nodig dat je stil wordt. Zoek dus een rustige plek op, in huis of in de natuur, zet je telefoon uit, laat je even niet storen. Word stil. Je hoeft geen uur in Lotushouding op een meditatiekussen te zitten (al is daar natuurlijk niks op tegen). Het enige wat je hoeft te doen, is even stil zijn en je aandacht richten op je hartgebied.  

 

3. Verruimen

Het hart is een enorme ruimte. Waar stress je blik en je aandacht vernauwt, zorgt liefde voor ruimte. Een open hart heeft plek voor elke gedachte, elk gevoel dat opkomt. Het verwelkomt alles met liefde. Het is vriendelijk en heeft compassie.

Dus stel je voor, als je zo rustig zit met je aandacht bij je hart, dat deze plek zich opent en ruimer wordt. Voel maar hoe ruim. En sta alles wat zich nu aan je voordoet, volledig toe. Adem rustig in en uit, waarbij je voelt dat je hart mee-ademt. 

Blijf zo een paar minuten zitten. 

 

Als je het fijn vindt om te schrijven, kun je ook deze schrijfoefening doen om je hoofd, lichaam en hart aan het woord te laten.

 

Dit liet mijn hart mij via deze oefening weten: 

'Als mijn hart het voor het zeggen had... dan zou ik vriendelijk zijn voor mezelf. Als mijn hart het voor het zeggen had zou ik alles en iedereen vanuit vriendelijkheid betreden. Met een lichte verwondering. Ik zou zacht stralen vanuit mezelf.

Als mijn hart het voor het zeggen had dan zou alles mogen verzachten. Niet slap worden, nee. Zachter. Vriendelijker. Glimlachend.

En als mijn hart sterker was dan zou het af en toe ook uitbarsten in pure joy.  Pure levensvreugde. Bijna niet te bevatten zo grote liefde voor Alles. Als mijn hart het voor het zeggen had dan zou ik onmetelijk veel van alles houden. Van alles en iedereen. Ik zou iedereen zien met de ogen van het hart en van alles houden. 

Als mijn hart het voor het zeggen had dan zou ik het pad van pure joy volgen.'

Door wiens ogen kijk je?

“Wat een heerlijke plek heb je hier.” “Ik kom helemaal tot rust.” “Wat woon je hier mooi.”

 

Dat is meestal wat mensen zeggen als ze bij mij en de paarden komen voor een sessie. Natuur om je heen, fluitende vogels, de rust, de paarden – dit doet vaak meteen al goed.

 

Laatst kwam er een mevrouw die het héél anders ervoer. Ze had een sessie paardencoaching cadeau gekregen van iemand die haar zo'n ervaring gunde, omdat ze het zelf zo fijn had gevonden. Maar deze mevrouw zou vanuit zichzelf never nooit zijn gekomen. “Ik kan me indenken dat anderen zich hier op hun gemak voelen,” zei ze, “maar voor mij... nee, vreselijk.”

 

Zij zag geen mooie natuur, zij zag de brandnetels die her en der volop de ruimte hadden genomen. Ze vond het niet “een beetje Pippi Langkous”, zoals iemand laatst opmerkte, ze vond de ratjetoe aan meubels / kussens / vuurschalen onder de overkapping naast de paardenstal gewoon rotzooi. Niet dat ze dat zo hardop benoemde, maar ineens snapte ik het, toen ik even 'door haar ogen keek': ze zag alles wat nog zou moeten gebeuren om hier een nette, strakke, opgeruimde, in haar ogen presentabele plek van te maken. En dat was véél.

 

Ik begreep haar, toen ze haar verhaal vertelde. Al jong had ze veel verantwoordelijkheid op haar schouders gekregen, ze kreeg de rol van 'man in huis' toebedeeld en moest hard werken. En zo was ze dat blijven doen: doorgaan, doorbuffelen voor twee, de boel aan kant krijgen en daarna kon je dan misschien wel even uitrusten. Dat schoonmaken en de boel in orde maken gaf haar ook voldoening. Daar kon ze dan tevreden naar kijken: zo, alles weer netjes. Eigenlijk was ze wel moe, ja, en ze zou wel wat vaker weg willen om te ontspannen – maar dan was er meestal weer iemand die haar nodig had en bleef ze toch maar.

 

Ik weet niet of ze iets heeft gehad aan de sessie. We hebben het over ontspanning gehad, erkend dat het best veel was wat ze droeg, over keuzes maken. Ik heb gezien dat de paarden iets in haar hebben geraakt, iets hebben losgemaakt. Maar wat ze ermee kan of wil doen is aan haar. Met de patronen die je hebt kun je vaak best oud worden, en veranderen doe je doorgaans alleen als je daar zelf echt de noodzaak toe voelt.

 

Naderhand bleef haar verhaal nog een poosje bij me. Dat heb ik nu eenmaal, als gevoeligerd, ik pak veel op en dat mag dan langzaam weer wegebben. Het ontroert me ook altijd, de verhalen van mensen, over hoe hun leven is verlopen, hoe ze de dingen doen zoals ze doen. Hoe we allemaal onze eigen manieren hebben ontwikkeld om het leven te handelen.

 

En ik nam nog iets waar bij mezelf. Iets geks. Ik merkte dat ik ineens onze woonplek door háár ogen bekeek. Een keurende blik, afkeurend zelfs. Ik liep rond en zag alles wat niet af was. Wat slordig was. Waar aan moest worden gewerkt. En ja, dat is dus veel. Met veel natuur om je heen, dieren om te verzorgen, een kleuter, een huishouden, een bedrijf én een verbouwing hoef je je zeg maar nooit te vervelen.

 

Ineens merkte ik op dat er planten in de dakgoot groeiden. Was me nog niet opgevallen. Oké, dat ging wel wat ver. Je hebt dat hippe duurzame concept van het 'groene dak', maar dit was toch niet helemaal wat ze daarmee bedoelden. Die planten moesten er dus uit, besloot ik, de dakgoot moest schoon.

 

Toen ik op de ladder stond en naar de weelderig bloeiende gootflora keek, dacht ik: ja, en nu? Hoe ga ik dit doen? Vanuit wat voor energie?

 

Ga ik dit vanuit stress doen, vanuit jachtigheid, vanuit de druk om alles presentabel te maken voor de buitenwereld?

Of doe ik dit vanuit liefde, vanuit het plezier om deze plek te onderhouden en steeds een beetje fijner en meer naar onze zin te maken?

 

Ga ik als een strakke speer door die dakgoot heen, in m'n hoofd al bezig met wat hierná moet gebeuren? Of ben ik aanwezig bij wat ik doe en zie ik dat die bloempjes ook best mooi zijn?

 

Vanuit wie kijk ik hiernaar? Vanuit de vermeende blik van een ander, of kijk ik door mijn eigen ogen naar mijn eigen leven en bepaal ik zelf wat acceptabel is, wat ik wil en hoe ik me wil voelen?

 

Ik koos voor het laatste. Want ik ken 'm zelf ook heel goed, die gestreste modus, het 'het is nooit af en er moet méér gebeuren'. En ik word daar niet gelukkiger van. Daarom heb ik een poos geleden besloten – en ik heb het opgeschreven, zodat ik ernaar kan teruggrijpen als ik het even dreig te vergeten – dat mijn doel is om van het leven te genieten, en het geluk van binnenuit te voelen. Dan maak je een dakgoot dus met plezier schoon.

 

En jij? Door wiens ogen kijk jij naar je leven?

 

Kies je voor stress of voor liefde?

  

De boodschap van je lichaam

Toen ik deze schrijfoefening deed, was ik aangenaam verrast over wat er uit mijn pen kwam toen ik mijn lichaam aan het woord liet. Mijn hoofd heeft heel lang de strakke regie gehad over mijn leven, en de verbinding met mijn lichaam... die was er jarenlang nauwelijks. Als meisje was ik gek op dansen (en nog steeds) en ik hield van ponyrijden (ook nog steeds). Voor de rest was bewegen altijd vooral iets wat 'moest'. Om niet dik te worden. 'Bewegen is afzien.' 'Zweten is vervelend.' 'Ik ben niet sportief.' Mijn hoofd had een uitgesproken en niet al te positieve mening over mijn lichaam.

En mijn lichaam zelf? Wat heeft dat nu te melden als mijn hoofd zich er even niet mee bemoeit? Dit schreef ik:   

'Als mijn lichaam het voor het zeggen had... dan had ik plezier in bewegen. Dan zou ik ervan genieten om mijn lichaam aan het werk te zetten. Dan zou ik ervan genieten om alle functies aan te zetten, gewoon genieten van hoe het allemaal functioneert. 

Als mijn lichaam het voor het zeggen had dan zou ik veel bewegen. Niet omdat het moet, maar gewoon omdat lichamen daarvoor gemaakt zijn. Ik zou lekker werken met mijn lichaam, veel meer dan ik nu doe. Vanuit kicken op de kracht die ik heb, die mijn lichaam heeft. Ik zou me verwonderen over alles wat het kan. Bewegen. Stretchen. Buigen. Kracht zetten, leven, flowen. En als het dan lekker moe is, dan gaat mijn lichaam heerlijk slapen. Opladen, resetten. 

Als mijn lichaam het voor het zeggen had dan zou ik rennen, dansen, springen, lachen, gewoon omdat het kan. 

Als mijn lichaam het voor het zeggen had dan had ik plezier.'

Zo. Steek die maar in je zak, lief hoofd. Wanneer ik deze woorden lees en voel, dan krijg ik spontaan zin om te dansen.

Wat vertelt jouw lichaam je? 

Wat hoofden zeggen

Ik weet niet wat jouw hoofd je vertelt als je deze schrijfoefening doet, maar ik wil graag delen wat het mijne te zeggen had. Omdat ik denk dat veel hoofden zo tegen hun eigenaren aan kletsen. Dit is wat er uit mijn pen rolde toen ik mijn hoofd aan het woord liet: 

'Als mijn hoofd het voor het zeggen heeft... dan is het nooit klaar. Dan werk ik nooit hard genoeg. Dan is er altijd meer te doen. Dan ben ik maar lui. Dan heb ik nooit genoeg mijn best gedaan. Dan had het beter gekund. Dan heb ik dingen laten liggen. Dan moet het strakker. Dan moet er veel meer nagedacht worden en vooral ook veel meer gedaan. Het is nooit af. En het is nooit genoeg. Er kan altijd meer en je faalt altijd omdat je niet genoeg hebt gedaan. Het is nooit klaar. Je moet beter. En er moet meer gedaan worden. En het is gewoon nooit klaar, punt.'

Pffff. Wat een vermoeiend gedoe. Wat een slavendrijver. Wat een vervelend leven zou ik hebben als ik alleen maar naar dat hoofd zou luisteren. 

Misschien heb jij een veel vriendelijker hoofd en zegt het jouwe andere dingen, maar dit is wel wat het denken vaak doet: het maakt ons wijs dat er hier en nu nooit genoeg is. Het is in wezen niet goed zoals het is. Er moet eerst iets gebeuren voordat het goed kan komen. Als je maar meer doet, als je maar meer nadenkt, dan...

Het denken gaat uit van tekorten. 

Eigenlijk is het denken verslaafd aan zichzelf. Het wil zichzelf in stand houden. Het is bang dat het ophoudt te bestaan als je het geen aandacht geeft. Dus voert het je weer een gedachte, en nog een, en nog een... 

Het denken is je ego, is angst voor tekort. Het is niet erg dat het er is. Het heeft ook z'n nut. Denken kan je aanzetten tot actie. Het is alleen niet fijn als je innerlijke slavendrijver altijd maar het hoogste woord heeft, want dan wordt je leven zo'n stresspartij. 

Als je vaak vastzit in je hoofd, in gepieker en gemaal, in gedachten over dat je niet goed genoeg bent, dan is het de kunst je denken te betrappen op zichzelf. 'O ja, aha, daar hebben we er weer een: een niet-goed-genoeg-gedachte.' Er is geen tijd genoeg, er is geen geld genoeg, ik ben niet aardig genoeg, ik ben niet ad rem genoeg, ik ben niet mooi genoeg, ik ben niet krachtig genoeg, ik ben niet goed genoeg, ik doe niet genoeg... Wat zijn jouw favorietjes? Hoe vaker je jezelf kunt betrappen op zulke gedachten, hoe makkelijker het wordt om te beseffen: o ja, dat is m'n hoofd maar. Niks aan de hand. Kalm aan maar. All is well. Neem even pauze, hoofd. Ik kom echt wel weer bij je terug. Ik besteed alleen nu even aandacht aan wat mijn lichaam me vertelt. En mijn hart. Want als die het vertrekpunt zijn voor wat ik doe, dan ben ik veel blijer. 

 

Wat mijn lichaam en mijn hart me vertelden, daar schrijf ik in een volgend blog over. Voor nu is dit genoeg :) 

Contact

"Rij je er ook op?" 
Het is een vraag die me bijna standaard wordt gesteld wanneer ik in een coachingsessie de paarden voorstel. En dan vertel ik dat ik altijd op Oberon heb gereden, maar nu niet meer, en dat de andere paarden niet worden bereden. Khaleesi niet omdat ze er de bouw niet voor heeft, Bandit niet omdat ik geen ponypletter genoemd wil worden  En Ruby, zij is eerder wel bereden, maar haar vorige mensen waren daarmee opgehouden omdat ze merkten dat Ruby er niet altijd plezier in had. Ze kan angstig zijn; ze is geboren in Ierland en naar Nederland verhuisd, en er lopen heel wat geïmporteerde Tinkers met de nodige trauma's rond. Omdat er niet altijd even zachtzinnig met ze is omgesprongen. En zo'n reis gaat je als paard vast ook niet in de koude kleren zitten. Anyway, ik heb het idee dat er aan die angsten een heleboel te doen is en dat dat onze reis samen is, op weg naar samenwerking vanuit vertrouwen, maar voor nu heb ik dus geen rijpaard.
Op een paard rij je: zo was dat vroeger voor mij ook. Daar had je paarden voor, om je rond te dragen. Mijn jarenlange reis met Oberon heeft me andere manieren leren kennen. Ik kwam in aanraking met Natural Horsemanship, leerde grondwerk doen met paarden: niet erop, maar ernaast. Contact maken vanuit lichaamstaal, op je eigen benen staand. Was het een paar jaar geleden nog 'raar' als je ging wandelen met een paard en kon je erop rekenen dat je dan 'grappige' opmerkingen kreeg, nu is dat gelukkig al een stuk normaler. 
En dan het coachen met de paarden. Dat heeft me laten ervaren dat het contact met deze dieren op een nog veel dieper niveau gemaakt kan worden. Waanzinnig. 
Toch miste ik het wel: rijden door het bos, samen eropuit, de natuur in. Daarom had ik een rit aangevraagd bij Ranch Cross Borders. Eigenares Freya biedt onthaastende ritten met haar paarden aan hier in de buurt, bitloos ook. Dat leek me wel weer eens heerlijk! Dus vandaag mocht ik op haar Croupier de Lemelerberg verkennen. Prachtige paars bloeiende hei, afgewisseld met bos, wat een mooie omgeving. En zo relaxed: de paarden stonden voor de rit los te grazen op de parkeerplaats in het bos. En na de rit wandelde Croupier helemaal los uit zichzelf de trailer weer in. Geweldig  
Deze rit gaf me een inzicht. Of een bevestiging. Grappig genoeg merkte ik dat ik het rijden niet eens zo belangrijk vond. Dat het me echt te doen is om verbinding voelen. Met de natuur om me heen, met het paard. En dat is met een onbekend paard vanzelfsprekend niet zo snel gerealiseerd als met mijn ouwe, trouwe, bekende Oberon. Ik voelde ook: het is niet belangrijk of ik wel of niet op Ruby zal gaan rijden, dat boeit helemaal niet zo. Wat boeit, waar het voor mij altijd weer om draait, is het contact en de verbinding. 
Voordat we gingen rijden, ging ik even bij Croupier staan en zei ik in gedachten tegen hem: dankjewel dat ik zo op je rug mag zitten. Hij hield op met grazen en bracht zijn hoofd vlak bij mijn hart, sloot zijn ogen. Contact. Misschien was dat nog wel het mooiste moment van de dag.